Tembak – vrijdag
23 November, 14:00
Agung en ik
zitten op een bankje, ergens in een van de rubberplantages van de Dayaks. We
rusten uit van de eerste helft van onze tocht over dit ruwe terrein. De
plantages zijn stuk voor stuk aangelegd op de hellingen van de vele heuvels in
dit gebied. Dat betekent een hoop geklauter; sommige hellingen zijn zo stijl
dat ik mij aan de wortels van bomen moet optrekken om omhoog te komen. Soms
komen we een beekje tegen. Dat betekent bijna altijd dat je een koorddans-act
moet vertonen op een smalle, glibberige boomstronk. Als je valt ben je -in het
gunstigste geval- kletsnat.
‘Wil je koffie?’ vraagt
Agung, wijzend op een modderachtige substantie in een plastic flesje. ‘ja, doe
maar.’ zeg ik. Ik neem een slok en proef dat ook deze koffie meer suiker bevat
dan water. Maar goed, van suiker krijg je energie en dat heb ik nu hard nodig.
Mijn T-shirt is doorweekt van het zweet en op het vel van mijn handen prijken
vijf muggenbulten, netjes op een rij.
We staan op en
vervolgen onze tocht. Twintig minuten komen we bij twee enorme rotsblokken,
overgroeid met mos. ‘Hier is het,’ zegt Agung. ‘Kijk, daar loopt het
tunneltje.’ Hij wijst naar een stukje grasachtige planten. Ik hurk neer en
bestudeer de planten. Tussen de grashalmen is een ronde opening, inderdaad als
een soort tunneltje. Het werk van een zoogdier; dertig centimeter hoog,
nachtactief en een grondbewoner.
Als je het
tunneltje volgt dan zie je ook waar het naartoe leidt: een spleet tussen de
rotsen. ‘Dit is een goede plek voor onze cameraval’ zegt Agung. Dat ben ik
zeker met hem eens. Ik haal de camera tevoorschijn. ‘Foto of video modus?’
vraag ik. ‘Video, dat is beter.’ Ik stel de camera in terwijl Agung de
achterkant van de camera bevestigt aan een dun boompje. ‘Denk je dat hij zo
goed staat gericht?’ Vraagt Agung.
‘Ja dat denk ik
wel. Nu is het slechts een kwestie voor het dier om langs te komen en “hallo”
te zeggen.’
‘En als hij door
jouw camera wordt gefilmd, dan komt hij misschien ook wel langs onze val…’
‘Wat bedoel je
met “onze val”’?
‘Kijk maar’ zegt
Agung, wijzend op een lus gemaakt van takjes – een strik. Het ding was mij nog
helemaal niet opgevallen. Terwijl ik bedenkelijk toekijk laat mijn vriend zien
wat de bedoeling is - het dier loopt in de strik en wordt dan door de
veerkracht van een omgebogen boompje omhoog gelanceerd. Het is een soort
omgekeerde galg.
Terwijl we
teruglopen naar het dorp, peins ik over het nut van mijn cameraval. Wat heeft
het voor zin als ik een dier op de film heb, als hij drie meter verderop
verstrikt raakt in een val? Het was mij al eerder opgevallen dat de Dayaks op
een andere manier tegen dieren aankijken. De eerste ontdekking deed ik toen in
op een bruiloft naar de wc moest. Ik werd toen in een huisje geleid en naar de
badkamer gebracht. Toen ik neerhurkte om mijn behoefte te doen en opzij keek,
schrok ik mij te pletter. Naast mij stonden drie emmers, met in elke emmer een
schildpad ter grote van een schoolagenda.
Het houden van
een schildpad in een emmer (natuurlijk om hem op een later moment op te eten)
vind ik een naar iets. Het stuit mij tegen de borst; evenals het houden van een
aapje in een kooi van nog geen kubieke meter groot. Ik zou er graag iets aan
willen doen, maar hoe verander je de mentaliteit van de mensen die je als gast
behandelen?
Thuis gekomen
trek ik mijn vuile kleren uit en ik neem een bad. Zou het dit keer lukken om
een dier op de film te krijgen?
Vijf dagen later
Agung staat voor
de deur van mijn kamer. ‘Janse, ik heb de cameraval opgehaald. Ik denk dat we
dit keer geluk hebben!’
‘Waarom denk je
dat?’ vraag ik.
‘Kijk maar.’ zegt
Agung, en hij houdt zijn hand op. In zijn handpalm ligt het onweerlegbare
bewijs dat er een dier is langs geweest. Het is mij ook meteen duidelijk wat
voor dier het is. Nu is de vraag – heeft de cameraval zijn werk gedaan en staat
het dier op film?
In spanning
bekijken we de filmpjes op de cameraval. De eerste filmpjes zijn natuurlijk
gemaakt toe wij de cameraval installeerden. Ik zie stukje van mijn torso
langskomen en een paar bezweette gezichten. De volgende drie filmpjes zijn vals
alarm – er staat niets anders op dan de bosjes rond het hol. Op het volgende
filmpje staat wel een dier. Een nachtvlindertje. Ik moet even slikken. Het
lijkt erop dat we weer misgrijpen. Er is nog maar één filmpje over, gemaakt in
de nacht. Gespannen kijken we naar het filmpje dat maar vijftien seconden
duurt. De eerste tien seconden gebeurt er niets. En dan – onderaan het scherm -beweegt
er iets. Een snuit, een oogje en –in een flits- de rest van het lichaam.
Agung en ik barsten los in gejuich. Het heeft gewerkt!
Alle moeite is niet voor niets geweest… We hebben ons eerste zoogdier gefilmd
met de cameraval (als je mij niet meerekent). Geen dood dier, maar wel een dier
op film. ‘We moeten dit vieren.’ Zeg ik. ‘En de stekels? Mag ik die houden?’
Agung knikt.
Wil je weten wat voor dier er op het filmpje verscheen? Klik dan hier.