Highlights

vrijdag 1 februari 2013

Ensaidpanjang


Een maand geleden nam mijn leven een dramatische wending. Ik verliet de regen en de hitte van Borneo om er voor mijn zieke vriendin in Nederland te kunnen zijn. Een maand later bleek dat, ook al was Maria nog steeds ernstig ziek, het voor iedereen beter zou zijn om terug te gaan naar Borneo. Het onderzoek vereiste dat ik snel terug zou gaan. Van hogere hand werd besloten dat ik aanvankelijk niet naar Tembak, het dorp waar ik in november en oktober heb gezeten, maar naar een ander dorp zou gaan. Zo pakte ik op zondag 20 januari ’13 het vliegtuig naar Kuala Lumpur en verruilde de bittere koude en de sneeuw voor de warmte van het dorp Ensaidpanjang.

Vroeger, toen de Dayaks nog rondzwierven in het oerwoud, bouwden ze lange houten huizen op palen waarin ze met het hele dorp in woonden. Tegenwoordig zwerven er nog maar een paar Dayaks door het oerwoud en zijn de lange huizen waarin ze wonen een zeldzaamheid geworden. Het longhouse van Ensaidpanjang is een van de laatste bouwwerken van zijn soort in West-Kalimantan. Ik heb het nog eens nagemeten en ik kan bevestigen dat het huis waarin ik nu woon 111 meter lang is. Het bestaat volledig uit houten onderdelen en bied een woonruimte aan 26 families.

Het is werkelijk bijzonder om door zo’n gebouw heen te lopen. De ene helft bestaat uit een lange galerij waar de mensen werken en samenkomen, de andere helft zijn cabines van 28 m2 waarin de families afzonderlijk slapen en eten. Er is altijd wel bedrijvigheid in dit huis: kinderen rennen over de houten planken, honden rusten in de deurpost en de dames werken aan hun Ikat-doeken. Er staat altijd wel ergens een radiootje aan. De deuntjes worden vrolijk mee geneuried.

Als je eenmaal bekomen bent van het innemende karakter van dit huis, begint het je pa op te vallen dat de locatie eveneens prachtig is. De omgeving rond het longhouse bevat moestuintjes, struiken met schitterende bloemetjes, een riviertje waarin je heerlijk kunt zwemmen en een statige berg op de achtergrond. Het lijkt te mooi om waar te zijn.

Als gast in het longhouse ben je de koning te rijk. Er wordt drie keer per dag voor je gekookt, je kleren worden gewassen en je krijgt een eigen kamer toegewezen met een keukentje en een toilet. De mensen hier zijn enorm vriendelijk en behulpzaam en hebben een goed gevoel voor humor. Een betere plek kun je als onderzoeker niet hebben.

Ik wordt elke ochtend rond 6 uur wakker. Ik stap uit bed, neem een douche en wacht op mijn ontbijt. Rond 8 uur ga ik naar de rubberplantages om tengkawan bomen te meten en rond twaalf uur ben ik weer terug voor de lunch. Daarna doe ik een middagdutje en van 2 tot 5 ga ik weer naar het bos. Als ik terug ben neem ik een duik in de rivier met de kinderen. Ik speel van de rol van de hongerige krokodil die de kinderen te pakken probeert te krijgen. Na het avond eten verzameld het hele dorp zich rond de televisie. Meestal doe ik dan een paar goocheltrucs en ga daarna naar mijn kamer op een filmpje op de laptop te kijken. Soms doet de generator het niet en dan probeer ik (heel romantisch) een boekje te lezen bij het licht van een olielamp.

Onder deze omstandigheden is het erg makkelijk om de bittere dagen in Nederland te vergeten. Toch zijn mijn gedachten vaak bij Maria en hoe ze aan het vechten is. De afgelopen tijd heb ik gemerkt dat de hemel en de hel niet ver bij elkaar vandaan liggen.  

Geen opmerkingen:

Een reactie posten